Proeven als een pro

Mijn neefje van 3 weet al hoe je dat doet. Met water dan hè, no worries. ‘Kieke, dreije, ruuke, drinke! in het Limburgs’, ofwel kijken – draaien – ruiken – drinken. Bij die laatste stap gaat dat gepaard met handjes in de lucht en gejuich. Ik snap dat wel en doe dan ook graag met volledige overgave mee. Beter jong geleerd… 
Goed proeven is niet moeilijk. En hoe goed je bent hangt vooral af van jezelf, want je kunt jezelf daarin trainen. Veel doen dus. Vandaar dat veel professionals het weer uitspugen want dat is beter voor je gezondheid. En wel handig om ook die laatste wijnen nog bewust mee te maken, als je er een rits klaar hebt staan of op een grote proeverij bent.  
Hoe proef je nu goed? Nou gewoon, even deze stappen volgen iedere keer als je een glas (nieuwe) wijn drinkt. Heel mindful ook, deze bezigheid. Je kunt het als ‘me-time’ bestempelen, gewoon een idee. Oké, komt ie:

 

Kijken

Je kunt aan de kleur al veel zien. Of het een witte, rode, rosé, oranje of mousserende wijn is uiteraard. Maar ook hoe oud de wijn is. Heb je een witte wijn met wat hints van groen? Dan is het waarschijnlijk een jonge, fruitige wijn. Heb je een witte wijn die meer naar strogeel gaat? Dan heb je te maken met een vollere, wat gerijptere wijn die mogelijk wat houtrijping gehad heeft. Een witte wijn die amber gekleurd is? Dan is de wijn oxidatief gerijpt, zoals je wel eens bij een sherry ziet. Voor rood en rosé heb je bij jonge wijnen paars en robijnrood. De oudere wijnen hebben aan de rand, als je het glas iets kantelt, meer amber/bruinig. Door te kijken kun je ook zien of de wijn helder is of wat troebel. Je wijn kan kristal hebben of wat depot: dat kan voor de smaak geen kwaad. Ook een stukje kurk niet, die vis je er gewoon weer uit.

 

Draaien + Ruiken

Een belangrijk onderdeel. Eerst nog even over die kurk: als je wijn kurk heeft dan ruikt ‘ie naar nat karton of een vochtige zolderkamer. Niet lekker dus! Dat kán ook gebeuren bij een schroefdop; het gaat namelijk om een bacterie (TCA genaamd) die door niet secuur werken in de wijn terecht kan komen. Het gaat er dus niet om of er fysiek kurk in je wijn zit. De bacterie komt in de natuur voor, daarom is de kans groter dat een wijn met natuurkurksluiting kurk heeft ten opzichte van een wijn met schroefdop of ‘nep’-kurk. 
Heeft je wijn geen kurk? Whooehoow! Dan gaan we door met het échte snuf-werk. Je geeft het beste je wijn even een draai in het glas. Niet met een lepel roeren hè. Zet het glas wijn op tafel, houdt aan de stem vast en draai een paar rondjes. Dan weet je ook direct waarom je een wijnglas nooit tot aan de rand vult. Dan is deze stap namelijk onmogelijk. 
Door de wijn te walsen, zoals dat dan heet, komen de aroma’s goed vrij en kun je je neus vervolgens in het glas steken. Wat ruik je nu? Fruit, bloemen, houttonen, kruiden, noten…. Als je het lastig vind om aroma’s te herkennen, ga dan aan de slag met je geurgeheugen. Ruik aan zoveel mogelijk producten: fruit, kruiden, bloemen. Des te meer je ruikt en opslaat, des te beter ga je geuren herkennen. Je bouwt als het ware je eigen bibliotheek op waar je uit kunt putten. Wil je hier degelijk werk van maken? Dan kan ik Le Nez du Vin aanraden: de 54 meest voorkomende aroma’s in een flesje. Leuk cadeau voor de feestdagen..? Je kunt ook onderstaand aromawiel gebruiken als leidraad. You’re welcome 😊 Naast wat je allemaal ruikt, kun je ook ruiken  hoe sterk je iets ruikt. Moet je veel moeite doen of hoef je nog niet eens te walsen om iets te ruiken? Dit  noemen we de intensiteit van de aroma’s.

 

Proeven

Het moment waar je de hele tijd al op wacht is eindelijk daar, de wijn gaat in je mond! Voordat je direct doorslikt, laat je de wijn even door je mond gaan. Zo kunnen je smaakpapillen even wennen aan de wijn. Ook warmt de wijn iets op, waardoor je meer kunt proeven. Door te slurpen en lucht bij de wijn te laten, komen ook meer smaken en aroma’s vrij. 
Je kunt nu proeven welke smaken je allemaal proeft en hoe sterk die zijn, net als bij de aroma’s. Daarnaast proef je de zuren. Het gaat dan niet om citrustonen. Zuren neem je waar door de wijn door te slikken en dan te wachten. Hoeveel speeksel vormt zich nu? Bij veel speeksel heb je te maken met een wijn hoge zuren. 
Bij rode en oranje wijnen kun je ook tannines waarnemen. Die maken dat soms je lippen op je tandvlees blijven plakken, in extreme gevallen. Tannines en zuren in de wijn zorgen dat wijn kan rijpen in je kelder. Je kunt nog wat heftige, onrijpe tannines ervaren, of juist hele zachte, soepele tannines. Als je het lastig vind om tannine te herkennen, dan kun je eens op een druivenpit bijten (niet lekker, I know) of zwarte thee in je mond stoppen (liever de blaadjes dan de gezette thee-variant voor een optimale ervaring 😊 of even het theezakje in je mond doen, werkt ook). Je ervaart dan goed wat tannines zijn en doen.  

En voilà, herhaal deze stappen bij iedere nieuwe wijn en wordt een pro in proeven. Vergeet vooral de handen niet in de lucht te doen en te juichen bij de laatste stap voor nét dat beetje extra sparkle. De eerste keer misschien een beetje gek in je eentje, maar de rest van je gezelschap zal snel volgen. In mijn ervaring dan he.

 

Cheers!Cheers

 

PS: al typende realiseerde ik me dat deze blogtitel ook de titel van het boek van Cees van Casteren (een van de drie Masters of Wine in Nederland) is. Wil je dus in full pro-modus gaan, koop dan het boek. Staat nog op mijn lijstje, dus als je ‘m uit hebt hoor ik graag wat je er van vindt 😉 Cheers!